historiek bestuursleden statuten lidmaatschap links contact

 

 

IN MEMORIAM

 

Recentelijk verloor de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent drie opmerkelijke leden. Het bestuur wil hier dan ook hulde brengen aan hun nagedachtenis.

 

Op 13 oktober 2014 overleed in haar woonst in Afsnee Patricia barones Carson, geboren op 5 maart 1929 in Oreston (Devon, UK).

 

Patricia Carson studeerde geschiedenis aan London University en huwde in 1954 Raoul C. Van Caenegem, ere-voorzitter van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent. Patricia Carson woonde sinds haar huwelijk in Vlaanderen en vertaalde in verschillende succesvolle boeken de geschiedenis van haar nieuwe vaderland en van de stad Gent naar een breed (onder meer Engelstalig) publiek. Van haar hand verschenen werken als The Fair Face of Flanders (1969), James Van Artevelde, the Man from Ghent (1980), Flanders in Creative Contrasts (1989), Fascinating Flanders (2004). Met co-auteur Gaby Danhieux publiceerde ze in 1972 Ghent, a Town for all Seasons. Vele van deze werken werden in meerdere talen vertaald en kenden verschillende herdrukken of aangepaste versies. In 1997 werd de ‘Fair Face of Flanders' door de Provincie Antwerpen bekroond met de Eugène Baieprijs. In 1996 werd ze opgenomen in de Belgische adel met de persoonlijke titel van barones, ze koos als wapenspreuk ‘van oever tot oever'. Zolang haar gezondheid dat toeliet was Patricia Carson samen met haar echtgenoot zeer aanwezig op de ledenbijeenkomsten van de Maatschappij, ze publiceerde ook in de Handelingen.

 

A_carson.png

 

 

 

Op 13 december 2014 overleed dr. Hilda Coppejans-Desmedt, ere-departemensthoofd bij het Rijksarchief.

 

Ze was op 3 september 1924 in Gent geboren, de stad waar ze in 1948 met de grootste onderscheiding afstudeerde als historica met een licentiaatsverhandeling over de gegoede burgerij in Gent in de 18de eeuw. In 1952 zou deze verhandeling, die nog steeds als een naslagwerk voor deze periode geldt, door de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België worden gepubliceerd. Hilda Desmedt startte een wetenschappelijke carrière aan de toenmalige Rijksuniversiteit, waar ze in 1958 promoveerde tot doctor in de geschiedenis op een proefschrift over het mechaniseringsproces van de Gentse katoennijverheid (promotor was C. Verlinden). Per 1 januari 1957 volgde een belangrijke carrière-switch: Hilda Coppejans-Desmedt werd op die datum benoemd bij het Algemeen Rijksarchief en het Rijksarchief in de Provinciën. Ze zou er verschillende stadia van het ambt doorlopen, maar steeds ook de band met het wetenschappelijk historisch onderzoek onderhouden. In de jaren 1965-1975 bleef ze aan de RUG (faculteit politieke en sociale wetenschappen) verbonden als suppleant voor haar leermeester Verlinden en nadien als lector. Vanaf 1972 werd ze in het Algemeen Rijksarchief hoofd van de afdeling inspectie, een van haar belangrijkste verwezenlijkingen lag effectief in het opsporen en conserveren van bedrijfsarchieven, een tot haar optreden zwaar onderbelichte tak van de archivistiek. Vanaf 1977 tot aan het einde van actieve loopbaan in 1989, was ze opnieuw in het Gentse rijksarchief actief als departementshoofd voor West- en Oost-Vlaanderen. Bij haar op rust stelling werd haar door collega's en vrienden een huldeboek aangeboden, nummer 4 in de reeks ‘Archiefkunde' van de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek-, Archief- en Documentatiewezen. Op 28 april 1998 ontving Hilda Coppejans-Desmedt uit de handen van toenmalig burgemeester Frank Beke de cultuurprijs van de stad Gent. In de handelingen van de Maatschappij (jaargang LII, 1998) werden zowel de laudatio uitgesproken door P. Scholliers (VUB) als het ontroerende dankwoord van de laureate afgedrukt. Ze omschreef er zichzelf als een historica-archivarisse. Mevrouw Coppejans-Desmedt vervulde effectief een belangrijke voortrekkersrol als eerste Nederlandstalige in het Belgische corps van rijksarchivarissen, een dozijn Franstalige collega's waren haar in het doorbreken van dit glazen plafond voorgegaan. Hilda Coppejans-Desmedt heeft in de Handelingen van de Maatschappij verschillende fundamentele bijdragen over de Gentse textielnijverheid in de transitie van ancien régime naar moderne economie gepubliceerd, zolang haar gezondheid dit toeliet was ook zij een zeer trouwe aanwezige op de jaarlijkse ledenbijeenkomsten van de Maatschappij.

 

 

 

Op 29 december 2014 overleed Daniel Lievois in de Verenigde Staten.

 

A_lievois.png


Geboren in Gent op 20 januari 1940 volgde hij eerst twee jaar opleiding ingenieur aan de Rijksuniversiteit Gent en daarna een licentie in de letteren en wijsbegeerte, afdeling moderne geschiedenis, aan de Katholieke Universiteit van Leuven. In 1963 studeerde hij af met een verhandeling over het kapittel in Dendermonde. Na een loopbaan als leraar geschiedenis in het middelbare onderwijs in Brussel, koos hij ervoor om Gent uit te kiezen als het exclusieve werkterrein van zijn historisch onderzoek.

De samenwerking met de Gentse stadsarcheologen was erop gericht een ondubbelzinnig verband te krijgen tussen materiële relicten en geschreven bronnen. Samen met Stadsarchief en Stadsarcheologie lag hij aan de basis van de Gentse methode voor huizenonderzoek. Door de focus te leggen op het gebruik van kadastrale en fiscale bronnen, met concordanties tussen zeer verscheiden bestanden, is het sindsdien mogelijk om de geschiedenis van elk perceel in Gent te reconstrueren, regressief vanaf vandaag tot veelal in de late middeleeuwen. Twee handboeken maken de Gentse methode voor huizenonderzoek tevens bereikbaar voor een ruim publiek. Via colloquia en wetenschappelijke contacten werd dergelijk huizenonderzoek op microschaal - bijzonder nuttig voor het omgaan met het individuele huis in een onroerenderfgoedcontext en voor de interpretatie van archeologische of bouwkundig gedocumenteerde relicten - een ruime verspreiding. Andere grote onderzoeksthema's waarvoor Daniel Lievois een substantiële inbreng had, zijn de projecten Prinsenhof en Winkel, die op initiatief van de Gentse Vereniging voor Stadsarcheologie ontstonden. Alle onderzoekswerk, met veelal consult van honderden archiefbronnen uit talrijke reeksen, zorgden ervoor dat ‘stenen' relicten konden worden ingevuld met mensen die in dat kader geleefd, gewoond of gewerkt hebben. Steeds kaderde Daniel Lievois die ‘kleine' leefwereld ten opzichte van de geschiedenis van Gent of zelfs de veel ruimere context van onze gewesten. De jongste jaren verdiepte Daniel Lievois zich vooral in de reconstructie van het Sint-Pietersdorp (vanaf de late 13de eeuw), het leven in het Gravensteen (14de-18de eeuw) en de dames hertoginnen die in het Prinsenhof een ontbrekende stempel nalieten: projecten die hij door het plotse heengaan niet meer kon afronden.

Zijn betekenis voor het Gentse historisch onderzoek werd bekroond met de Cultuurprijs van de Stad Gent (2002), waarvan de verslaggeving in de Handelingen (jaargang LVII, 2003) terug te vinden is, en met de tweejaarlijkse prijs Frans De Potter en Jan Broeckaert van het Oost-Vlaams Verbond van de Kringen voor Geschiedenis (2013). Daniel Lievois laat een uitgebreide bibliografie na en publiceerde heel regelmatig in de Handelingen van de Maatschappij.

 

De MGOG rouwt mee met de familie van Daniel en treurt om het heengaan van een goede collega, vriend en historicus.



  Publicaties  
  handelingen  
  verhandelingen  
  monografieŽn  
  redactieregels  
  bestelformulier  
  inhoudstafel HMGOG  
  Activiteiten  
  voor leden van de MGOG  
  Fonds  
  voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent  
  Oproep Prijs van het Gentse Historische Onderzoek  
  Bibliografie  
  van de geschiedenis van gent  
  Nieuws  
  over evenementen, prijzen, publicaties...